Jolles & Ko Accountants
Vatko Tax Representation
Dig@Min
Home » Direct » Nieuws Fiscount

Fiscaal Nieuws

    25 september 2020 Overdrachtsbelasting in 2021 vrijstelling, 2 of 8 procent

    In 2021 komt er een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Beleggers gaan juist meer betalen.

    In 2021 komt er een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Beleggers krijgen juist te maken met een tarief van acht in plaats van zes procent. Dat is het gevolg van de voorgestelde Wet differentiatie overdrachtsbelasting. Wat zijn de hoofdlijnen?

    Eigen woning: vrijstelling voor starters
    Wanneer is iemand starter? Het gaat om een verkrijger van een eigen woning die meerderjarig is en jonger dan 35 jaar. Deze verkrijger moet de woning, anders dan tijdelijk, als hoofdverblijf gaan gebruiken en mag de vrijstelling niet eerder hebben gebruikt.

    Eigen woning: 2% voor doorgroeiers
    Natuurlijke personen die geen starter zijn en een eigen woning verkrijgen, hebben recht op het verlaagde tarief van 2%. Ook zij moeten de woning, anders dan tijdelijk, als hoofdverblijf gaan gebruiken.

    Overige onroerende zaken: 8%
    Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6% naar 8%.

    Tijdstip van de verkrijging
    De beoordeling of iemand voldoet aan de criteria voor vrijstelling of verlaagd tarief vindt plaats op het moment waarop de woning wordt verkregen. Dat is, in de situatie waarvoor een notariële akte moet worden ingeschreven in het register, het moment waarop de akte wordt opgemaakt bij de notaris.

    Tip: Door de verkrijging via de notaris voor of na de jaarwisseling te plannen kunt u belasting besparen. Dat kan ook voor woningen en onroerende zaken waarvoor nu al een koopovereenkomst wordt gesloten. Het wetsvoorstel dient nog wel aangenomen te worden.

    25 september 2020 Baangerelateerde investeringskorting (BIK)

    Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK).

    Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. Bedrijven kunnen deze kosten verrekenen met hun loonheffing. Het gaat dus om investeringen door werkgevers.

    BIK wordt verder uitgewerkt
    Details van de regeling worden verder uitgewerkt. Voor de aanvraag en uitvoering van de BIK werken Rijksdienst voor Ondernemers (RVO) en de Belastingdienst samen.

    De wijziging gaat naar verwachting in op 1 januari 2021.

    25 september 2020 Belasting sparen en beleggen in 2021

    Bijna 1 miljoen mensen betalen in 2021 geen belasting meer in box 3.

    Bijna 1 miljoen mensen betalen in 2021 geen belasting meer in box 3. Het heffingsvrij vermogen gaat omhoog naar € 50.000, of € 100.000 met de fiscale partner. Iedereen met een spaar- of belegd vermogen tot € 220.000 (of € 440.000 met fiscale partner) gaat daarover minder belasting betalen dan in 2020.

    Berekening in 2020 (per belastingplichtige)

    • Bezittingen min schulden kleiner dan € 30.846: geen fictief rendement
    • Bezittingen min schulden tussen € 30.846 en € 103.643: 1,79% fictief rendement
    • Bezittingen min schulden tussen € 103.643 en € 1.036.418: 4,19% fictief rendement
    • Bezittingen min schulden meer dan € 1.036.418: 5,28% fictief rendement

    Over uw fictieve rendement wordt 30% belasting berekend.

    Berekening in 2021 (per belastingplichtige)

    • Bezittingen min schulden kleiner dan € 50.000: geen fictief rendement
    • Bezittingen min schulden tussen € 50.000 en € 100.000: 1,9% fictief rendement
    • Bezittingen min schulden tussen € 100.000 en € 1.000.000: 4,5% fictief rendement
    • Bezittingen min schulden meer dan € 1.000.000: 5,69% fictief rendement

    Over uw fictieve rendement wordt 31% belasting berekend.

    25 september 2020 Leeftijdsdiscriminatie sollicitant?

    Een afgewezen sollicitant eist een forse schadevergoeding wegens verboden leeftijdsdiscriminatie.

    Een bedrijf plaatst een vacature voor een Senior Auditor. Een sollicitant moet volgens de vacaturetekst minimaal drie jaar ervaring in een vergelijkbare functie hebben. Een zeer ervaren kandidaat wordt afgewezen met de mededeling dat de voorkeur van de manager uitgaat naar iemand met 5 tot 10 jaar werkervaring. Volgens deze wat oudere sollicitant is sprake van indirecte leeftijdsdiscriminatie.

    College voor de Rechten van de Mens
    De sollicitant dient een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. Het College stelt de sollicitant in het gelijk en wenst te vernemen welke maatregelen de werkgever naar aanleiding van dit oordeel heeft getroffen en of de sollicitant daarmee tevreden is. Hieraan geeft de werkgever geen gevolg.

    Rechter
    De sollicitant gaat tevens naar de rechter en eist een verklaring voor recht dat de werkgever een verboden onderscheid naar leeftijd heeft gemaakt en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. Bovendien eist de sollicitant een materiële schadevergoeding van € 90.512,64 bruto en een immateriële schadevergoeding van € 5.000.

    De rechter geeft aan dat de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens geen bindende werking hebben, zoals een uitspraak van de rechter. Wel dient de rechter een beslissing die afwijkt van een uitspraak van het College deugdelijk te motiveren.

    De werkgever moet bewijzen dat van leeftijdsdiscriminatie geen sprake is. Daartoe voert de werkgever aan dat de vijf kandidaten die wel voor een vervolggesprek zijn uitgenodigd, allen meer dan tien jaar werkervaring hadden (variërend van veertien tot vijfentwintig jaar) en dat een van hen uiteindelijk is aangenomen voor deze functie.

    Volgens de rechter staat hiermee vast dat leeftijd, ondanks de voorkeur van de manager voor een kandidaat met vijf tot tien jaar werkervaring, geen selectiecriterium van betekenis is geweest. Van schadevergoeding is dus geen sprake. De rechter komt dus tot een ander oordeel dan het College voor de rechten van de Mens.

    Tip: Zowel direct als indirect onderscheid op grond van leeftijd is in situaties die met de arbeid samenhangen verboden, tenzij het onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Bij direct onderscheid wordt leeftijd als onderscheidend criterium gebruikt. Bij indirect onderscheid gaat het om een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze die personen met een bepaalde leeftijd in vergelijking met andere personen bijzonder treft. Overtreding van het verbod vormt een onrechtmatige daad en kan tot een schadevergoeding leiden.

    11 september 2020 Na verkoop bedrijf nog ondernemer?

    Na verkoop van de activiteiten van uw onderneming kan het zijn dat u nog zaken aan de koper verhuurt of voor de koper nog werkzaamheden in het bedrijf verricht. Bent u nog ondernemer?

    Een vrouw, haar man en zijn broer hebben een VOF met een loonbedrijf. De activiteiten van de VOF worden verkocht, maar de VOF verhuurt de onroerende zaken aan de koper. Van de koopsom blijft de koper € 300.000 achtergesteld schuldig. De man en zijn broer verrichten nog werkzaamheden voor de koper en voor andere bedrijven. Is de man nog fiscaal ondernemer?

    De man claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting als ondernemer zelfstandigenaftrek en een afwaarderingsverlies op de vordering op de koper. 

    Voortgezet ondernemerschap?
    Volgens de rechter zijn de vordering uit hoofde van de leningsovereenkomst, de huurkoopovereenkomst en de onroerende zaken (inclusief de inventaris) die worden verhuurd aan de koper overgegaan naar het privévermogen. Daarom blijven ze buiten beschouwing bij de beantwoording van de vraag of de VOF nog een onderneming drijft.

    De activiteiten van de VOF na de verkoop bestaan nagenoeg alleen uit de werkzaamheden waarvoor de man en zijn broer door de koper worden ingehuurd. De koper doet de planning voor deze werkzaamheden en verzorgt ook de facturatie. De VOF loopt na de verkoop geen debiteurenrisico ten aanzien van de vorderingen op klanten van de koper. Het debiteurenrisico van de VOF is dan ook nagenoeg volledig beperkt tot het risico ten aanzien van de aan de koper gefactureerde werkzaamheden.

    De rechter oordeelt dat de na verkoop door de VOF verrichtte activiteiten tezamen geen zelfstandig deel van de vroegere onderneming van de VOF vormen. De onderneming van de VOF en daarmee die van de man zijn na de verkoop geheel gestaakt.

    Afwaarderingsverlies
    Is er sprake van aftrekbaar afwaarderingsverlies op de vordering ten tijde van de overgang van de vordering naar het privévermogen?

    Het gaat daarbij om de vaststelling van de waarde in het economische verkeer, welke aan die vordering is toe te kennen op het tijdstip waarop deze naar het privévermogen overgaat. De waarde van deze vordering moet niet alleen worden beoordeeld naar de op het tijdstip van het opmaken van de eindbalans bekende omstandigheden. Ook met feiten en omstandigheden die een licht werpen op de waardering van de vordering op de eindbalans en die zich hebben voorgedaan na eindbalansdatum, maar voordat de aanslag voor het betreffende jaar onherroepelijk vaststaat, moet rekening worden gehouden.

    De man slaagt erin te bewijzen dat de waarde in ieder geval lager is dan de nominale waarde omdat de rente aanmerkelijk lager is dan de normale marktrente voor een lening met dergelijke voorwaarden. De rechter stelt de waarde in het economische verkeer van de vordering op de eindbalans vast op 75% van de nominale waarde, dus € 225.000. Dat betekent een aftrekpost van € 75.000.

    Tip: Na verkoop van de activiteiten van uw onderneming kan het zijn dat u nog zaken aan de koper verhuurt of voor de koper nog werkzaamheden in het bedrijf verricht. Soms is sprake van voortgezet ondernemerschap. De fiscale gevolgen zijn veelal fors. Vraag daarom tijdig fiscaal advies.